Note 18 — INDRUKKEN VAN DEN DAG.
Reading edition
In den aanvang bevreemdde het my dat men meestal des avends om gehoor verzocht.—Maar weldra—vooral daar ook de kontroleur en de Djaksa buitengewone omzichtigheid aan den dag legden—werd ik gewaar dat er te Lebak, meer dan elders, reden tot zulke omzichtigheid bestond. Zonder wellicht zelf de strekking te begrypen, verhaalde my de militaire kommandant hoe hy eenmaal des morgens het lyk van een inlander voorby het fort de rivier zag af dryven, dien hy zich den vorigen avond met een klacht tot den adsistent-resident had hooren wenden.18