Note 17 — INDRUKKEN VAN DEN DAG.
Reading edition
By aankomst te Lebak vond ik in den Regent iemand die my in den omgang zeer goed beviel. Ook is er tusschen hem en my nooit iets onaangenaams voorgevallen. Ik moet dit laten voorafgaan, omdat men later de zaak heeft willen verdraaien, als bestond er een veete tusschen hem en my. Reeds dit is een treurig teeken, dat men niet aan plichtsvervulling gelooven kon, zonder te denken aan vyandschap tegen den aangeklaagde. By my bestond juist het tegendeel. Ik had medelyden met den Regent, en trachtte hem te helpen. Het was niet dan myns ondanks dat ik hem aanklaagde. Dit alles blykt ten-duidelykste uit de beantwoording der door my aan den kontroleur gestelde vragen en bovendien uit het slot myner eerste aanklacht tegen den Regent.17