Note 1 — Het Kasteel te Gemert.
Reading edition
Godfried van Rhenen, Bisschop van Utrecht, was geen man des vredes; zijne regeering (1156–1178) is ten minste een aaneenschakeling van oorlogen te noemen. Even fier van moed, als reusachtig van lichaam1, gaf hy het den belagers van het bloeiende Sticht, die hy zoowel onder zijne vasallen als onder zijne naburen vond, volstrekt niet gewonnen; en om het aan zijne zorg toevertrouwde gewest beter te kunnen beveiligen, onderzocht hy met een scherp oog naar de zwakste plaatsen, waarlangs den vijand het indringen gemakkelijk viel, en deed er sterkten bouwen, die by den eersten aanval niet licht zouden bezwijken. Om de muitzieke Edelen van Aemstel in bedwang te houden, stichtte hy een kasteel te Woerden. Om de Friesche grenzen te dekken, deed hy er een te Vollenhoven bouwen; en tegen de Gelderschen richtte hy by Rhenen het geduchte kasteel ter Horst op. Hy had echter een te goeden blik in den toestand des lands geworpen, om niet te zien, dat de verdedigingsmaatregel nog slechts ten deele was uitgevoerd, zoolang de Hollandsche zijde niet gesloten werd. De geschiktste plaats hiertoe scheen hem de landstreek beöosten Oudewater, aan den linker Yssel-oever, tegenover het Yssel-veld, en slechts drie uren van zijn zetelstad verwijderd; hier verrees dan omstreeks 1174 op zijnen last het sterke slot, dat, zoo men wil, door hem Mons fortis werd genoemd, maar waarvan zeker is, dat het weldra onder den naam van Montfoert of Montfoort bekend staat.