← Table of contents
Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)

Note 1 — II. Amsterdam, G. W. Tielkemeijer. 1854. Het Kasteel van Heusden.

Reading edition

Al moge ik de beide laatste aanmerkingen gedeeltelijk toegeven, zoo zie ik in de rest van ’t verhaal niets, dat zoo onbepaald verworpen behoeft te worden. Of is er iets onwaarschijnlijks in, dat Boudewijn, gedurende het leven zijns vaders, en vooral toen zijn door de Noren verwoest erfgoed hem weinig aanlokkelijks aanbood, even als zoo vele andere jonge Edellieden van dien tijd, zijn fortuin heeft zoeken te maken in een uitheemschen oorlog? En wat dien Koning van Engeland betreft, wy behoeven hier niet aan een Koning over dat gandsche Rijk te denken. Op het tijdstip, dat Boudewijn van Heusden Engeland bezocht zoû hebben, waren er nog maar weinige jaren verloopen, sedert Koning Egbert de Vorsten der Heptarchy onderworpen had, en enkelen hunner bleven waarschijnlijk levenslang hun tytel behouden. Onder die Vorsten treffen wy, omstreeks dien zelfden tijd, een Koning van Oost-Engeland aan, die den naam van Edmond droeg, van wien gemeld wordt, dat hy zich door byzondere vroomheid onderscheidde (zoo zelfs, dat hy heilig werd verklaard) en dat hy sneuvelde in den krijg tegen de Denen of Noormannen. En waarom nu, vraag ik, zou het ongelooflijk, waarom niet integendeel zeer aannemelijk zijn, dat onze Boudewijn aan de zijde diens Konings Edmond gestreden zoû hebben tegen diezelfde zeeschuimers, die zijn erfslot in puin verwoest hadden?—Waarom ongelooflijk, dat hy een schoone vorstendochter verleid zoû hebben, hem over zee te volgen?—Er is nog in 1841 wel een Infante van Spanje geweest, die zich heeft laten schaken.—En wie door die redenen niet overtuigd is, die leze de bekoorlijke Romance van Bilderdijk, Het Wiel van Heusden getyteld1, en hy zal niet meer willen twijfelen aan de echtheid van een verhaal, dat de stof tot zulk een meesterstuk van poëzy heeft opgeleverd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings