Note 2 — VIII. Het Ooievaars-feest.
Reading edition
Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich te goed doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch er bij verorberd door hen, die Turk waren of daarvoor wenschten door te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren couscoussou; verder zag men een eenvoudige „bazina,” eene soort pap van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van die arme drommels, evenals elders het meest talrijk, die meer koperen „mehbouhs” dan gouden „mictals” op zak hadden; eindelijk ontwaarde men overal en inderdaad met stroomen, de „lagby,” een soort vruchtensap, afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals het bier gegist heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja, dat het stapelgek maakt.2