← Table of contents
Martelaren van Rusland

Note 4 — VIII. Over de vernietiging van Polen.

S. J. Bouberg Wilson translation

Maar keeren wij terug tot de gebeurtenissen van December 1825. De Poolsche aangeklaagden, de goede kolonel en de anderen, zouden in hun vaderland door het opperste gerechtshof, den senaat, gevonnist worden. Dit lichaam, waarin bijna alleen toegewijde aanhangers van Rusland zitting hadden, scheen blindelings te moeten veroordeelen. De keizer twijfelde er geen oogenblik aan. Maar de macht der openbare meening was toen zoo krachtig, dat zij den senaat op haar kant kreeg. Hij verklaarde de aangeklaagde schuldig, omdat zij het Russisch complot niet hadden ontdekt, doch onschuldig voorzoover Polen betrof; hij veroordeelde hen slechts tot lichte straffen. De voorzitter had den moed aan den czaar te berichten: “Zij hebben zich slechts verbonden voor de handhaving van hun volksbestaan; zij stelden zich op het standpunt van het traktaat van Weenen,4 dat dit erkend heeft. Het opperste gerechtshof heeft hierin niets misdadigs noch strafwaardigs kunnen zien.” Welk een overmoedige daad! Men houde hierbij wel in het oog, dat zij niet uitging van het aloude Polen met twintig millioen zielen; maar van het nietige Polen, dat door Alexander om zoo te zeggen, was ingekrompen tot Warschau en zijn stadsgebied.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings