Note 3 — VIII. Over de vernietiging van Polen.
S. J. Bouberg Wilson translation
Om den zieleadel der Polen naar waarde te schatten, moet men weten dat niet alleen hun wetten waren verkracht, hun vergaderingen een schijnvertooning; dat men hun de openbaarheid der beraadslagingen had ontnomen, enz. enz.; maar dat de keizer hen persoonlijk overleverde aan de luimen, aan de wreedheid van Constantijn.3 Men moet weten dat deze boosaardige woestaard, deze tijger-aap, er zijn behagen in stelde de uitgezochtste kwellingen en straffen uit te denken. Het is ontzettend om neêr te schrijven, maar hij had, in de onderaardsche kerkerholen van een karmelieterklooster, tot speelbal een gevangene, den ongelukkigen Lukasinski, tegen wien hij zich uitputte in het verzinnen van al wat het menschelijk vernuft aan zijn slachtoffer kan doen lijden: honger, ketenen, pijnigingen, dorst gedurende weken achtereen (geen water, en zoute haringen als uitsluitend voedsel), en geeselingen, telkens opnieuw toegediend, zoodra hij weêr van zijn wonden genezen was... En dit alles met duivelsch overleg. Constantijn was vóór alles bevreesd, dat hij hem door den dood zou ontsnappen.