Note 1 — VIII. Over de vernietiging van Polen.
S. J. Bouberg Wilson translation
Het onderzoek van den 14den December had één ding ontsluierd, dat den keizer moest verwonderen, treffen, zijn hart voor goed ontwapenen, namelijk de zielegrootheid, welke de Polen ten toon spreidden in hun heimelijke betrekkingen tot de Russische saamgezworenen.—Deze laatsten openbaarden zich als Romeinen, en de Polen als ridders. Pestel geloofde, evenals Brutus,1 dat men den tyran moet dooden om de tyrannie te dooden. De Polen kwamen daartegen op. Zij betoonden zich barmhartiger voor hun vijand, dan de Russen voor hun meester. Dezen onrechtvaardigen overweldiger, dezen meineedigen souverein, die den draak stak met de grondwet, welke hij zelf verleend had: de Polen drongen erop aan hem te sparen. De goede, grootmoedige kolonel Krzyzanowski, een man met een eerlijk, menschelijk en teeder hart, zei tot den Russischen republikein, dat hij niet had hooren zeggen, dat de Polen ooit hun koningen hadden gedood.