Note 17 — VII. Van het toenemend Schrikbewind in Rusland. Martelaarschap van Pestel en Rylejew.
S. J. Bouberg Wilson translation
Men beefde bij de gedachte, dat die tallooze benden van schuldigen zouden weten, dat zij als zoodanig algemeen bekend waren, en dat zij uit wanhoop zich bij de beweging hadden aangesloten. De keizer liet een groot aantal van hen vóór zich komen, hoorde hen welwillend aan, wilde hen voor onschuldig houden, en liet ze in die voorop gezette meening gaan. IJdele pogingen, er was geen veiligheid of vertrouwen meer! De vrees, eenmaal van den troon weggeslingerd, keerde tot den troon weêr. En zij is er gebleven, en de keizer, van nature reeds gestreng, is, uit wantrouwen, steeds hardvochtiger en onverzoenlijker geworden. De onmogelijkheid zijn werkelijke vijanden te kennen heeft zijn hart verbitterd, gewond, verwilderd. Daar Rusland zonder ondergrond is, heeft het, zooveel het kon, de Russen moeten afbrengen van hun strafmanie, welke hun tweede natuur is geworden. Alles is schuldig: Polen, de Joden, de Katholieken, de Revolutie, Europa... Zoo schrijdt van den 14den December tot aan ònze dagen, gestadig, steeds heftiger, verschrikkelijker, het Russische 179317 verder, dat nu al dertig jaren lang voortduurt.