Note 1 — X. Over den Czaar als Paus en als God. Men doet het voorstel hem tot universeel Paus te benoemen.
S. J. Bouberg Wilson translation
Gelooft de keizer-zelf er aan te beantwoorden? Heeft hij de zekerheid, welke deze overtuiging hem zou geven? Ik betwijfel het. Naar welk tijdperk ik opklim tot aan Peter den Grooten toe, zijn alle reizigers eenstemmig in de voorstelling van den czaar, wèlken zij ook bedoelen, als van een minder majestueus vorst, dan men van zulk een machthebber zou verwachten: een gejaagd en vreesachtig man. Deze karaktertrek vindt men ook bij den tegenwoordigen keizer,1 wiens hooge en trotsche gestalte hem van zèlf majestueus zou doen zijn. Hij geeft er zich te veel moeite voor. Zelfs in de kerk, bij een plechtige gelegenheid: het huwelijk van zijn zoon, heeft de heer de Custine deze gejaagdheid opgemerkt.