Note 1 — Ketenen van goud en een metalen berg.
Reading edition
Het lastigst viel het de zeekapiteins onder de ééne leiding van den opperbevelhebber te brengen. Gehéél is hem dat niet mogen gelukken. Trouwens nog onder Michiel de Ruijter was het de eigen zoon van Tromp die een enkele maal terugviel in de oude zonde van naar eigen inzicht in den strijd te handelen. Doch Tromp hield onwrikbaar vol. Hij had als opperbevelhebber het recht een scheepskapitein, die zijn bevelen niet opvolgde, desnoods te straffen of tot ontslag uit den dienst voor te dragen. Het openbaar verzet en de openbare tegenwerking moesten dus wel verborgen worden gehouden of zelfs verminderen. Maar.... de stille tegenstand wies daardoor in kracht. Wij zullen er weldra een woord aan wijden, hoe Tromp beschimpt en gesmaad werd, hoe men al z’n best deed, om zijn moed en geestkracht af te tuigen, ja, niet schroomde hem te grieven in zijn oude moeder. Voor dat opzetten van een plan, dat behandelen van den zee-oorlog als een wetenschap, was wel het allerminst de man te vinden, die onmiddellijk in rangorde op hem volgde, nl. de vice-admiraal Witte Cornelisz. de With. Het is tusschen die twee een enkele maal hoog uitgeloopen. We hebben dat elders breedvoeriger besproken en verwijzen daar naar.1