← Table of contents
Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java

Note 25 — 3. (continued 2)

Reading edition

De jonggehuwden en hunne feestgenooten trokken zoo even langzaam, in plegtstatigen optogt, voorbij den Pasanggrahan en over het Aloenplein dat daar vóór gelegen is. De bruid zat in een open, bontkleurigen draagstoel (Tandoe) welke door vier rijk gekleede Javanen werd gedragen. Twee mannen gingen ter wederzijde er van; zij werden voorafgegaan door een aantal vrouwen welke groote met bloemen gevulde, geelkoperen kwispeldoors (Kĕmbar majang) droegen. Het bovenlijf der bruid was tot aan de heupen, geheel en al ontbloot; haar aangezigt was wit gemaakt met rijstmeel (Poepoer) en hare armen, hare borsten en het overige onbedekte gedeelte van het ligchaam waren geel geverwd met Boreh; om de armen droeg zij zilveren ringen en in de ooren lange gouden versierselen. Overigens had zij ter bedekking van het benedengedeelte des ligchaams slechts een prachtig kleed, Sarong,25 terwijl het zwarte hoofdhaar was gesierd met welriekende witte Mĕlati- en gele Tjĕmpakabloemen.—Hierop volgde eene dubbele rij mannen welke het Kĕmpar majang des bruidegoms droegen. Zij gingen vooraf en hij, gedost in vollen Dodot (galakleed) volgde, gezeten op een sierlijk opgetoomd paard dat bij den teugel werd geleid door twee er nevens gaande personen. Een kostbare Sarong bedekte in wijde plooijen het benedengedeelte des ligchaams; even als dat zijner bruid was zijn bovenlijf tot aan de heupen geheel naakt en ook zijn gelaat was wit, de overige deelen zijns ligchaams geel gemaakt. Achter in den gordel waarmede de Sarong om de heup werd vastgehouden, stak de met bloemen gesierde Kris.26 Zijn lang zwart hoofdhaar hing, insgelijks met bloemen gesierd, geheel vrij langs zijne schouders, en in plaats van den gewonen hoofddoek droeg hij een Koeloek (eene parademuts).—Dan kwamen eenige priesters (Imam’s en Modin’s), herkenbaar aan hunne witte hoofddoeken en aan hunne kleederdragt in het algemeen;—hierop volgden, in feestgewaad gedost, de verwanten der bruid en van den bruidegom en achter deze huppelden Angklong- en op trommels (Terbang) of bekkens (Kĕnong) slaande Gamĕlanspelers, waarna eene tallooze schaar van andere inlanders—oud en jong, mannen, vrouwen en kinderen, allen met de beste kleêren aan, den plegtigen optogt besloot.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings