Note 13 — 3. (continued 2)
Reading edition
Ieder Javaan weet bij ervaring dat koningstijgers en paauwen in de wildernis onafscheidbaar zijn, weinigen echter zijn in staat de reden er van op te geven.—Het volgende voorbeeld moge ten bewijze strekken, hoe innig de band is welke twee zoo geheel verschillende diersoorten, als tijgers en paauwen zijn, zaâmverbindt. Bekend is het dat de tijger zich bij voorkeur ophoudt in de heete laaglanden; de paauw insgelijks. Op Java echter wordt een gebergte gevonden dat, ter hoogte van 9000 voet boven den spiegel der zee, den vorm heeft eener hoogvlakte, met uitmuntend voedergras is begroeid en (uit dien hoofde) door eene talrijke, ja, over talrijke menigte herten is bewoond. Niettegenstaande het koude klimaat dat op deze hoogte heerscht, wordt—als uitzondering op den regel—insgelijks de koningstijger zeer dikwerf aangetroffen op dit plateau (waar hij zich zoo gemakkelijk eene prooi kan verschaffen) en—steeds ziet men paauwen van de eene boomgroep naar de andere vliegen. ↑