Note 5 — 1.
Reading edition
En wat heeft God nu gedaan, volgens de Christelijke geloofsleer?—Nadat de menschen reeds gedurende vijf duizend jaren of iets langer op de aarde hadden voortgestrompeld,—gedurende welk tijdperk reeds vele rijken ontstaan en weder te gronde waren gegaan, natiën op het schouwtooneel der wereld waren getreden en het hadden verlaten, waarbij veel bloed vergoten, veel gruwzaamheid gepleegd, vele zonden waren bedreven,—zag de Schepper ten laatste in, dat het zoo niet langer gaan kon; hij begreep eindelijk, dat hij zijn werk (den mensch) niet doelmatig genoeg had ingerigt en dat dit werk noodzakelijkerwijze eenige reparatien en verbeteringen moest ondergaan. „Hij had of schiep een zoon” en zond dezen op de aarde om het menschdom deugd en liefde tot den naaste te prediken en te doen beoefenen, hetgeen hij dan ook met zulk uitstekend gevolg in praktijk bragte, dat de dankbare tijdgenooten hem daarvoor bespotteden, hoonden, beschuldigden, ja, eindelijk tot den martelaarsdood veroordeelden en aan het kruishout nagelden!—Maar nu was God met zijne schepselen verzoend; nu mogten zij zondigen naar hartelust en zoolang zij verkozen, of nog zullen verkiezen, mits zij er te eeniger tijd slechts berouw over gevoelen, dan kunnen zij de zaligheid toch nog deelachtig worden; want heeft hij niet zijn eigen zoon—het lam5 Gods—tot verzoening voor de zonde der menschen gegeven en hem—aan wien—daarvoor ten offer gebragt?—: aan zich zelven.