Editorial note — XIII. ’S WINTERS OP DE NOORDZEE. (VERHAAL VAN BEYNEN)
Reading edition
Hoe meer men vangt, hoe minder onkosten men maakt, of hoe geringer schade men bekomt, des te grooter worden dus de aandeelen niet alleen van de reederij, maar van ieder visscher.
De groote verdiensten der schoeners is hare groote bezeildheid, waardoor zij de visch spoedig levend binnen brengen en in korten tijd van en naar de verste vischplaatsen kunnen gaan.
’t Zijn keurige scheepjes, wel bezeild, goed zeehoudend, en onze bekwame schippers kunnen er mee lezen en schrijven.
Het Nieuwediep, met zijn schoone, altijd stroomende haven, ligt voor de visscherij zeer gunstig. Trekt men eene lijn van benoorden de Doggersbank, waar zij meest visschen, tot naar Midden-Duitschland, waar ’t grootste débouchée is, dan loopt die lijn vlak over ’t Nieuwediep. Moge ’t Nieuwediep eens worden wat Grimsby voor Engeland is!!
De Maatschappij „Neptunus” drijft een uitgebreiden vischhandel op binnen- en buitenland.
De puike hollandsche krimpvisch krijgt overal in Europa ingang. Zoowel naar het buitenland als naar de steden en dorpen van ons vaderland zendt de maatschappij visch aan particulieren wanneer men ze per telegraaf of post bestelt. ↑