← Table of contents
Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen

Editorial note — XIII. ’S WINTERS OP DE NOORDZEE. (VERHAAL VAN BEYNEN)

Reading edition

De bemanning bestaat bijna geheel uit Pernissers, moedige forsche visschers, zooals wij gezien hebben, die zelfs bij stormweêr visschen.

De equipages varen uitsluitend „op zegen”, dat wil zeggen op deel, volgens eene regeling tusschen kapitaal en arbeid, zooals van oudsher te Pernis in zwang was.

Deze belangwekkende regeling, door langdurige praktijk allerdoelmatigst bevonden, is aldus:

Het schip krijgt 72 deelen of lijnen.

De schipper 16, 7 matrozen ieder 12 en de 5 jongens naar grootte van 10 tot 2, namelijk van de netto besomming, dat wil zeggen van hetgeen overblijft na aftrek van de gemaakte kosten: zijnde het huurgeld van de beug, de victualie, het ijs, het vischaas, het havengeld, het sleeploon, fooien, steenkolen, enz. enz.

Als voorbeeld diene het volgende:

Van half October tot half December 1878 maakte de Castor 5 reizen (4 naar Grimsby en 1 naar Vlaardingen).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings