Note 1 — XIII. ’S WINTERS OP DE NOORDZEE. (VERHAAL VAN BEYNEN)
Reading edition
De Castor, waarop ik de reis naar de vischgronden medemaakte, is een der voortreffelijke schepen van de Maatschappij Neptunus, wier directie zoo vriendelijk was mij de vergunning te geven mede te gaan.
Door het verdienstelijke initiatief van de heeren Ch. Bosch en P. E. Tegelberg werd op den 1sten October 1876 de Maatschappij tot Exploitatie van Zeevisscherij „Neptunus” te Nieuwediep opgericht, onder directie van de heeren Den Dulk en Van Oosterenterp, terwijl de heeren Bosch Reitz en Tegelberg als commissarissen optraden.
De directeuren hadden reeds van 1872 den groothandel in visch op binnen- en buitenland gedreven, en deden dezen aan de Maatschappij over, zoodat reederij en vischhandel vereenigd werden onder één naam.
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 120.000 gulden, zijnde 120 aandeelen à 1000 gulden, verdeeld in 2 seriën.
De Pollux en Castor kwamen in 1877 in de vaart, de Rhea en Saturnus in 1878.
Ongetwijfeld behooren deze sierlijke schoenertjes tot de schoonste vaartuigen onzer Noordzee-vischvloot en verdienen de namen der bekwame schippers, door wie ze bestuurd werden, gemeld te worden.