Note 1 — I. ZIJN JEUGD.
Reading edition
Opgeleid door dezen vader, en door een moeder, wier geestdrift voor het vaderland en wier zachtmoedige vroomheid hem in zijn jeugd op een ideaal van nederige plichtsvervulling en zelfverzaking wezen, groeide Laurens Beynen op als een echte Hollandsche jongen volgens het hart van „Hildebrand.” Hij ging op de catechisatie bij Ds. Gunning, en als hij mij schertsend soms in zijn brieven zijn „schoolvriend” noemde, dan was het omdat ik—doch tien jaar vroeger dan hij—van Ds. Gunning1 mijn godsdienstige opleiding ontvangen had, en wij geheel overeenstemden in onze dankbare herinnering aan dien waardigen en beminnelijken leeraar, wiens warme overtuiging en bezielend woord op ons beiden even diepen indruk had gemaakt. Mijn vroegere leermeester schreef mij kort geleden met aandoening over Beynen: „Op mijn catechisatie zie ik hem nog voor mij, den lastigen, aardigen jongen van wien ik zooveel hield, ook als zijn kleine levendigheden mij soms noodzaakten hem een woord van bestraffing toe te spreken, dat steeds zoo goedig werd aangenomen. Hij kon zoo goed, zoo schrander vragen en twijfelen, en soms opponeeren, maar dan ook eerbiedig en aandachtig steeds naar mijn tegenrede luisteren. Ik hoop óók meê zijn oog naar boven gericht te hebben. Steeds ben ik hem de hartelijkste genegenheid blijven toedragen.”