Note 4 — Hoofdstuk I. De Bronnen van de Spaansche Romance.
S. Vos-Goudsmit translation
Door geheel Provençaalsch Catalonië werden die romantische liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen, met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder overdreven en gestreng waren. Deze Provençaalsche ridderlijkheid vond langzamerhand ingang in Castilië; zij verhoogde en verlevendigde de verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours van Provence en Catalonië, en deze vorm van dichtkunst baande den weg voor een lyrische poëzie, die, zoo zij al niet uitblonk door grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts één onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking met de dichtkunst in de beminnelijke Provençaalsche taal, wordt men getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel, zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve, gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk.4