← Table of contents
Kwan Yin

Note 2 — Een reis-impressie.

Reading edition

Ik liet even ophouden vóór den winkel van een sjacheraar in antiquiteiten. De draagstoel met een schok neer, en voorzichtig uit het nauwe hokje gekropen. Een hoop volk nieuwsgierig achter mij aan. Een bejaarde chinees wachtte mij voor den drempel op, met diepe buiging, en groet van op de borst saâmgebrachte handen. Even zag ik in spanning door den winkel, met de mij eigen geworden flair van verzamelaar, en wist toen al direct, wat ik ook verwachtte, dat de antiquiteiten hier evenzooveel noviteiten waren. En weêr als zooveel keeren stond ik in bewondering voor de kostbare gebaren van den beleefden chinees, en voor den sereenen ernst op zijn gezicht, toen hij mij het met zware eeden voorzette, dat deze—piksplinternieuwe—Kangsai vaas een antiquiteit was uit de Handynastie, van fabelachtige waarde, dat dit blinkend geschuurde koperen wierookvaatje een schat was uit de dynastie der Soeng, en dat dit gewone theekopje, waarvan hij de éénig bestaande vier exemplaren bezit,2 afkomstig was uit het paleis te Peking. Want het is eigenlijk niet om boos te worden, het is eerder om voor te knielen, die sublieme gave van fantazie, die de chinees bezit, en ik was volkomen zeker, dat de antiquair op dat moment zelf geloofde wat hij zeide, zoo liefdevol zagen zijne oogen door een enormen bril al die dingen aan, en zoo teêr en gevoelig ging zijn magere, lang-genagelde hand er streelend over. O! die heerlijke gave om de emotie van iets in waarheid te kunnen doorvoelen en te gebaren door de enkele fantazie er van, hoe zalig moet een leven daarmede zijn, wat een immens geluk moet zoo’n chinees zich daar altijd meê kunnen geven!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings