← Table of contents
Kunstenaarsleven te Parijs

Note 1 — De Mof van Francine.

Willem Jacob Aarland Roldanus translation

Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen tijd ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik hem geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen, dat den onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is gestorven zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met den dood strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan een der afschuwelijkste scènes, die ik in dezen caravansérail1 van menschelijk lijden heb medegemaakt. De vader, dien men met zijn overlijden in kennis gesteld had, was het lijk komen opeischen en had een tijd lang afgedongen op de door de administratie geëischte som van zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde hij zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten slotte zes francs minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist wilde leggen, nam de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende laken weg en vroeg aan een der vrienden van den overledene om geld voor het lijkkleed. De arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar Jacques’ vader, die in een opwelling van drift en woede vroeg, of men hem nooit met rust zou laten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings