Note 1 — Konstantinopel en het Serail.
Reading edition
Schuin tegenover de Verhevene poort bemerkt men eene tweede poort, aan beide zijden voorzien van twee kleine torens, die aan een van schietgaten voorzienen muur verbonden zijn. Dit is de Bab-us-Selam, de Poort des heils (zie blz. 56). Niemand had voorheen het recht om haren drempel te overschrijden, dan alleen de viziers, die zich naar den divan begaven,1 en de ambassadeurs der groote mogendheden, indien hun door den sultan eene audiëntie wordt toegestaan. De Bab-us-Selam wordt, even als de hoofdpoort, bewaakt door een dertigtal turksche soldaten, die tamelijk slordig gekleed zijn, en belachelijke, granaatkleurige mutsen dragen, welke in niets op den rijk versierden fez der Janitsaren gelijken. Behalve eenige gebouwen van weinig beteekenis, treft men op deze binnenplaats de deur aan, welke naar de zaal van den divan geleidt.