Note 2 — AANTEEKENINGEN.
L. A. J. (Leendert Alexander Johannes) Burgersdijk translation
Men make er Shakespeare geen verwijt van, dat hij de Maagd van Orleans zoo, en niet anders, geschilderd heeft. Geen Engelschman uit Shakespeare’s tijd twijfelde er aan, of zij had met helsche machten in verband gestaan. Het was eerst nadat Duitschlands groote dichter het beeld der Maagd geteekend heeft2, dat Fransche en Duitsche geschiedschrijvers recht hebben gedaan aan de nagedachtenis van het Fransche heldenmeisje, haar beweegredenen en handelingen uit authentieke stukken hebben toegelicht en haar als een der verhevenste en reinste personen der wereldgeschiedenis hebben doen kennen3. Toch heeft ook hier Shakespeare zijn onpartijdigheid niet geheel verloochend; in het geheele stuk is het haar liefde voor land en koning, die haar drijft, en zelfs daar, waar zij de helsche machten ter hulpe oproept, in het derde tooneel van het vijfde bedrijf, is het alleen de zucht om Frankrijk te redden, die haar zoo doet handelen.