Note 1 — AANTEEKENINGEN.
L. A. J. (Leendert Alexander Johannes) Burgersdijk translation
Toch heeft Malone,—verscheidenen zijn hem gevolgd,—de meening verdedigd, dat het eerste deel niet van Shakespeare is en dat met het tweede een zelfstandig werk begint. Deze meening moet hier met een woord worden toegelicht. Het eerste deel is het eerst in den folio van 1623 verschenen; het tweede daarentegen was reeds in 1594, enkele jaren nadat het gespeeld was, door zekeren Thomas Millington in het licht gegeven, en wel onder den titel: The first part of the contention betwixt the two famous houses of Yorke and Lancaster, with the death of the good duke Humphrey: And the banishment and death of the Duke of Suffolke, and the Tragicall end of the proud Cardinall of Winchester, with the notable rebellion of Jack Cade: And the Duke of Yorke’s first claim unto the Crowne. London Printed by Thomas Creed, for Thomas Millington, and are to be sold at his shop under Saint Peters Church in Cornwall (d.i. Cornhill) 1594. Op dit quarto-boek volgde weldra een octavo-boek, dat het derde deel van Koning Hendrik VI bevatte, onder den titel: The true Tragedie of Richard Duke of York, and the death of the good King Henrie the Sixt, with the whole contention betweene the two Houses Lancaster and Yorke, as it was sundrie times acted by the Right Honourable the Earle of Pembrooke his seruants. Printed at London by P. S. for Thomas Millington, and are to be sold at his shoppe under Saint Peter’s Church in Cornwal (d.i. Cornhill) 1595.—Beide stukken werden door Millington in 1600 nog eens, ditmaal beide in quarto, uitgegeven.—In 1619 werden beide stukken samen in een quarto band uitgegeven door Thomas Pavier, aan wien Millington zijn recht had overgedragen, onder den titel: The Whole Contention Betweene the Two famous Houses, Lancaster and Yorke, With the tragicall Ends of the good Duke Humfrey, Richard Duke of Yorke, and King Henrie the sixt. Divided into two Parts: And newly corrected and enlarged. Written by William Shakespeare, Gent. Printed at London for T. P.—Hier wordt dus voor het eerst Shakespeare’s naam op den titel vermeld; de verbetering en vermeerdering was een grove leugen.—Als men nu den tekst dezer afzonderlijke uitgave nagaat,—deze is gemakkelijk toegankelijk, want Delius heeft dien met al zijn fouten in zijn bekende Shakespeare-uitgave afgedrukt in de inleidingen tot het tweede en het derde deel van den echten Koning Hendrik VI,—dan ziet men, hoe ongelooflijk de echte stukken er in verminkt en bedorven zijn. Wel is de handeling dezelfde en de gang der samenspraken eveneens, maar soms is van een lange reden slechts een schets gegeven, verzen zijn vaak als proza, proza is dikwijls als vers gedrukt, geheele brokken zijn weggelaten, gezegden staan vaak op een verkeerde plaats in de samenspraak, hier en daar vindt men geheele gedeelten, die met den tekst der folio-uitgave overeenkomen, maar midden daarin onzin of geheel bedorven regels, en soms is de volgorde der tooneelen geheel verkeerd. Met dat al zijn treffende vergelijkingen, berijmde regels, dus gedeelten, die gemakkelijk in het geheugen blijven, vaak goed weergegeven. Kortom de tekst bevat gedeelten, die geen ander dichter uit dien tijd dan Shakespeare zoo kon schrijven; andere, die ook de grootste pruldichter niet zoo had kunnen ontwerpen. De toestand van den tekst kan doen vermoeden, dat hij grootendeels, zoo niet geheel, op het gehoor is neergeschreven; neemt men aan, dat schrijvers in den schouwburg aan het werk zijn geweest, die het stuk, zoo goed en kwaad het ging, op papier brachten en dat daarna de een of andere handlanger de aanteekeningen heeft samengeflanst, waarbij dan nog treffende gezegden of gerijmde regels, die onthouden waren, er ingevoegd kunnen zijn, maar dan niet altijd op de juiste plaats. Het is mogelijk, dat de samenflanser de rollen van enkele spelers tot zijn beschikking heeft gehad, maar de ellendige toestand van den tekst maakt zelfs dit niet waarschijnlijk. Zulk een schaamtelooze wijze van uitgeven was in dien tijd niets ongehoords en Millington heeft er zich meer aan schuldig gemaakt. Waarschijnlijk kon hij op deze wijze den tekst van het eerste deel van Hendrik VI niet meester worden of zag hij in de uitgave geen voordeel, zoodat nu het tweede en derde deel van K. Hendrik VI tot het eerste en tweede deel werd van den strijd tusschen de huizen van Lancaster en York. Misschien was het om moeilijkheid en onaangenaamheden te ontgaan, dat de naam van Shakespeare op den titel wegbleef; trouwens iedereen wist toch wel, dat het dezelfde stukken waren, die met toejuiching gegeven werden. Ook bij de eerste onrechtmatige uitgaven van andere stukken is Sh.’s naam weggelaten.1