← Table of contents
Klea en Irene

Note 1 — ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Een geplaveide weg, met sphinxen aan beide zijden, leidde van den Griekschen Serapis-tempel naar de in rotsen uitgehouwene Apis-graven en de daarnaast en daarboven opgetrokken tempelgebouwen en kapellen, waarin de Osirische of gestorvene Apis-stier werd vereerd, die, zoolang hij leefde, te Memphis in den tempel van den god Ptah, aan wien hij geheiligd was, verpleegd en aangebeden werd1. Na zijn dood werd dit heilig dier, hetwelk zich door bijzondere kenteekenen onderscheidde, op buitengewoon kostbare wijze begraven. Men noemde het dier de verrezene Ptah en beschouwde het als eene afbeelding der ziel van Osiris, door wiens scheppende kracht al wat gestorven en vergaan was,—de mensch die was heengegaan, de verdorde plant en ook de hemellichamen na hun ondergang,—werd herboren en een nieuw leven ontving. De veranderingen, waaraan het schijnbaar vergaande onderworpen was tot dat het in nieuwe vormen herschapen werd, stonden onder de bescherming van Osiris-Sokari, die naast Osiris-Apis werd vereerd, en in de tempels, reeds in overoude tijden in zuiver Egyptischen stijl boven de graven der heilige stieren opgericht, verrichtten Egyptische priesters de godsdienstige plechtigheden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings