← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 36 — Hoofdstuk VIII: Mythen en verhalen van de Kimbren.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Na eenige moeilijkheden met den portier en met Arthur’s hofmeester, Kai, die den jongeling niet wilde toelaten, terwijl het gezelschap aan den maaltijd zat, werd Kilhwch voor den Koning gebracht en hij zeide wie hij was en wat hij wenschte. “Ik vraag die gunst,” zeide hij, “van u en ook van uwe krijgers,” en hij noemt dan een ontzaglijke lijst op vol mythologische personen en bijzonderheden—Bedwyr, Gwyn ap Nudd, Kai, Manawyddan36, Geraint en vele anderen, waaronder “Morvran zoon van Tegid, tegen wien niemand vocht in den slag van Camlan om reden van zijn leelijkheid; iedereen dacht dat hij een duivel was,” en “Sandde Bryd Angel, dien niemand in den slag van Camlan met een speer aanraakte om zijn schoonheid; iedereen dacht dat hij een dienende engel was.” De lijst omvat vele twintigtallen van namen, ook vele vrouwen, zoo, bijv. “Creiddylad de dochter van Lludd met de Zilveren Hand—zij was de prachtigste maagd van de drie Eilanden van de Machtigen en om haar vechten Gwythyr de zoon van Greidawl en Gwyn de zoon van Nudd elken eersten Meidag tot den dag des oordeels,” en de twee Isoldes en Arthur’s Koningin Gwenhwyvar. “Al dezen riep Kilydd’s zoon Kilhwch aan om zijn gunst te verkrijgen.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings