Note 33 — Hoofdstuk VIII: Mythen en verhalen van de Kimbren.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Zij leefden twee jaren van de voorraden die zij hadden en van de buit die zij doodden en van wilden honing; en toen begonnen zij het moede te worden. “Laat ons naar Lloegyr33 gaan”, zeide toen Manawyddan “en het een of andere werk zoeken om in ons onderhoud te voorzien”. En zij gingen naar Hereford en vestigden zich daar, en Manawyddan en Pryderi begonnen zadels en tuigen te maken en Manawyddan versierde die met blauw email, zooals hij dat geleerd had van een groot ambachtsman, Llassar Llaesgywydd. Na eenigen tijd echter, toen de andere zadelmakers van Hereford merkten dat niemand ander werk wilde koopen dan dat van Manawyddan, spanden zij samen om hem te dooden. En Pryderi had met hen willen vechten, maar Manawyddan vond het beter ergens anders heen te gaan en aldus geschiedde.