Note 3 — Hoofdstuk VIII: Mythen en verhalen van de Kimbren.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
In dit stelsel worden twee primaire wezens aangenomen, God en Cytrawl, die respectievelijk vertegenwoordigen het beginsel van kracht die tot leven voert, en dat van verwoesting die tot het niet leidt. Cythrawl wordt verwezenlijkt in Annwn3, dat kan worden weergegeven met Afgrond, of Chaos. In den beginne was er niets dan God en Annwn. Organisch leven begon met het Woord—God sprak zijn onuitsprekelijken Naam uit en de “Manred werd gevormd.” De “Manred” was de allereerste stof van het heelal. Zij wordt voorgesteld als een menigte kleine ondeelbare deeltjes—feitelijk atomen—waarvan elk een microcosmos is, want in elk is God geheel, terwijl elk tegelijkertijd een deel is van God, het Geheel. Al het nu bestaande wordt voorgesteld door drie concentrische cirkels. De binnenste, waar leven ontspringt uit Annwn, heet “Abred,” en is het stadium van worsteling en evolutie—de strijd tusschen leven en Cytrawl. De volgende is de cirkel van “Gwynfyd,” of Reinheid, waarin het leven zich openbaart als een reine blijde kracht, die over het booze heeft getriumfeerd. De laatste en buitenste cirkel heet “Ceugant,” of Oneindigheid. Hier ontbreken alle predikaten en deze cirkel, graphisch voorgesteld niet door een gesloten lijn, maar door divergeerende stralen, is bewoond door God alleen.