← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 25 — Hoofdstuk VIII: Mythen en verhalen van de Kimbren.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Pwyll, zoo heet het, was op zekeren dag aan het jagen in de bosschen van Glyn Cuch, toen hij een troep honden, niet de zijne, een hert zagen achterna zetten. Deze honden waren sneeuwwit met roode ooren. Als Pwyll eenige ervaring had gehad in deze dingen, zou hij dadelijk hebben geweten wat voor jacht er aan den gang was, want dit zijn de kleuren van Tooverland—de roodharige man, de hond met roode ooren gaan steeds met hekserij gepaard25. Maar Pwyll joeg de vreemde honden weg en wilde zijn eigen honden het wild achterna zenden, toen een ruiter met een edel voorkomen opdaagde en hem verwijten deed wegens zijn lompheid. Pwyll bood aan hem genoegdoening te geven en het verhaal gaat nu over in het veel voorkomend onderwerp, de bevrijding van het Tooverland. De naam van den vreemdeling is Arawn, een koning in Annun. Hij wordt bemoeilijkt en met onttroning bedreigd door een mededinger, Havgan, en hij zoekt de hulp van Pwyll, en vraagt hem over een jaar Havgan in tweegevecht te ontmoeten. Inmiddels zal hij Pwyll zijn eigen gedaante doen aannemen. Pwyll zal in zijn koninkrijk heerschen tot den gewichtigen dag, terwijl Arawn in de gedaante van Pwyll in Dyfed zal gaan regeeren. Hij leert Pwyll hoe hij met den vijand moet omgaan. Havgan moet met eén enkelen slag worden geveld—wordt hem een tweede slag gegeven dan herleeft hij weer onmiddellijk zoo sterk als ooit te voren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings