← Table of contents
Kamerplanten

Note 2 — II. De beste kamerplanten. (continued 4)

Reading edition

Plectogyne (Aspidistra) elatior. Wanneer men den naam van deze plant hoort en de gravure er van ziet, dan zal men haar direct als een oude bekende herkennen. Wie toch kent deze kruidachtige plant niet; wie heeft haar nooit in de kamer gekweekt? De uit China en Japan afkomstige Aspidistra2 is goed ontwikkeld, een werkelijk schoone plant. De bladeren, die bij de typische soort groen, bij de ééne variëteit groen met gele of witte strepen en bij de andere groen met witte vlekken zijn, ontspruiten uit een wortelstok, die zich even onder de oppervlakte van de aarde bevindt. Een zich ontwikkelend blad is met een steunblad omgeven, waaruit het langzaam te voorschijn komt. De nu en dan verschijnende bloemen zijn onbeduidend; zij zitten vlak tegen de aarde aan den wortelstok en hebben een lichtgroene kleur. Deze plant schijnt geheel ongevoelig te zijn voor een donkere standplaats, droge kamerlucht en stof; ook schijnt te veel warmte haar niet te hinderen; dit neemt evenwel niet weg, dat men beter doet haar goed te behandelen, geregeld te begieten, de bladeren schoon te houden en ze op een lichte plaats te zetten. Het is voldoende, wanneer men haar eens om de twee jaren verpot, waartoe men een mengsel gebruikt van blad- en broeiaarde; heeft men dit niet, dan kan men ook lichten tuingrond gebruiken. Het best overwintert zij in een vertrek met een temperatuur van 45°–50° Fahr. De voortkweeking geschiedt door verdeeling der planten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings