← Table of contents
Jonker Willem van Arkel

Note 3 — Waarin wij een bezoek brengen aan den edelman Quannevan.

Reading edition

„Neen,” antwoordde Quannevan, die geen list vermoedde, „ik heb heer Walraven niet bij mij gezien, en het is mij lief ook—want—vergeef mij mijn openhartigheid—ik heb het niet erg op hem begrepen, en mij dunkt ook, hij kan mijn edelen vriend Jan Van Arkel geen goed hart toedragen, sinds deze hem zoo lang van zijn vrijheid beroofd hield. Intusschen wil ik hopen, dat hij niets doe, om de verbittering tusschen graaf Willem en de heeren Van Arkel op te wekken. Gij weet, heer Jan Van Arkel is woedend over het verlies van de sloten en vesten Everstein, Gasparne en Hagestein3, en daar hij te fier is—en met recht—om zich voor den Hollandschen graaf te buigen, vrees ik, dat zijn oude leeuwenmoed, gesard als hij wordt, weer zal ontwaken. De heilige Maagd zij geloofd, dat Gorcum hem getrouw blijft, althans Jonker Willem Van Arkel—God spare den edelen jongeling nog lang!—verzekerde mij, dat stad en burg steeds bewijzen gaven van getrouwheid aan hun wettigen heer Jan Van Arkel.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings