← Table of contents
Japan

Note 2 — Japan.

Reading edition

Maar de tijd naderde, waarop ook de keizerlijke regeering van Japan zou moeten zwichten voor den onweerstaanbaren aandrang der westersche wereld, en haar stelsel van afzondering opgeven. Het volhouden van dat stelsel werd steeds moeielijker. De uitbreiding van den engelschen en amerikaanschen handel en scheepvaart langs de noordoostelijke kusten van Azië; de veelvuldige aanraking waarin Japan, ook onwillekeurig, gedurende de chineesche oorlogen, met Rusland en vooral met Engeland kwam; de voortgang van den opstand in het Hemelsche Rijk; de steeds verder om zich grijpende verandering in de eeuwenoude betrekkingen van het onbewegelijke Oosten: dit alles dwong de japansche regeering, hoezeer haars ondanks, met de mogendheden van het Westen in betrekking te treden. De vermaning daartoe, reeds tijdens den eersten chineeschen oorlog, van onzen Koning Willem II uitgegaan, bleef evenwel zonder gevolg; en eerst aan de energie en halsstarrige vasthoudendheid van den amerikaanschen commodore Perry gelukte het, in 1854, een traktaat van voortdurende vrede en vriendschap tusschen de Vereenigde Staten en Japan te sluiten, waarbij eenige havens voor den handel werden opengesteld en de vestiging van een amerikaansch consulaat te Simoda vergund. Nu de slagboom eenmaal opgeheven was, bleven ook anderen niet achter. Lord Elgin, de opperbevelhebber der britsche zeemacht in den tweeden chineeschen oorlog, wist in 1858 te Jedo zelf met de japansche regeering een nog voordeeliger traktaat te sluiten, waarbij onder anderen ook werd bepaald, dat een britsch gezant te Jedo zou mogen resideeren en vrij het geheele rijk doorreizen. Ook met Frankrijk, Rusland, Nederland en andere mogendheden zijn sedert traktaten gesloten, en japansche gezantschappen hebben de voornaamste hoofdsteden van Europa bezocht. Voorzeker is ook deze groote omwenteling niet zonder tegenstand en velerlei schokken tot stand gekomen, en nog zijn de gevolgen daarvan niet te berekenen. Eene machtige partij aan het hof van den Mikado heeft gedurende langen tijd de bekrachtiging der met de vreemdelingen gesloten traktaten weten tegen te houden; allerlei uitvluchten zijn telkens gezocht om de volledige uitvoering der aangegane verbindtenissen te ontduiken; een en andermaal zelfs hebben Nederland, Engeland en Frankrijk zich verplicht gezien met kracht van wapenen de onwillige rijksvorsten te dwingen tot eerbiediging hunner erkende rechten. Maar de teerling is geworpen: de slagboom, die meer dan tweehonderd jaren lang Japan van de buitenwereld heeft afgesloten, is verbroken, en geene menschelijke macht kan hem weder herstellen. Als een geweldige stroom dringt, uit het oosten en het westen, de christelijk-europeesche beschaving Japan binnen, en alle pogingen om dien stroom nu nog te keeren, kunnen geen ander gevolg hebben dan de beslissende krisis te verhaasten, waarin Japan met geheel het Oosten is gewikkeld. Welke omkeeringen, welke herscheppingen zullen ons de naderende jaren te aanschouwen geven? Niemand weet het: doch dit is zeker, dat ontzaggelijke gebeurtenissen, die het aanschijn der wereld veranderen zullen, worden voorbereid; dat nieuwe tijden in aantocht zijn, wier geheimen nog geen oog doorgronden kan.2 Zie, van alle kanten worden de ijzeren poorten van het welbewaakte Oosten opengebroken; reeds vaart eene rilling, eene geheimzinnige huivering, door de leden der schoone slaapster, sinds eeuwen ingesluimerd op haar bloemenbed, onder de schaduw harer palmen, bij het gemurmel harer blauwe wateren. Hij, die haar sluimer breken moet, hij, de lang verwachte uit het verre land, is gekomen en dringt telkens verder door, tot hij eindelijk het binnenste heiligdom bereikt zal hebben en zijn tooverwoord de slapende wekken zal. Komt hij ook tot dusver meest in weinig beminnelijke gestalte, met het zwaard des krijgsmans of het goud des koopmans in de hand, alleen door eerzucht of winstbejag gespoord, toch zal hij ook in andere gedaante optreden; als broeder zal hij spreken tot de oudere, sinds lang veronachtzaamde zuster, als bode van Hem, die ook voor haar de woorden heeft des eeuwigen levens. Het groote werk is pas aangevangen, en geslachten bij geslachten zullen er wellicht nog voorbijgaan, eer het zijne voltooiing nadert. God is geduldig, omdat Hij eeuwig is! Maar toch is het einde gewis; toch is ons de belofte gegeven: zie, Ik maak alle dingen nieuw; toch zweeft bij wijlen voor onzen verrukten blik dat heerlijk visioen der toekomst, dat de grijze balling op Patmos aanschouwde, en waarheen de brandende begeerte der menschheid zich uitstrekt, eeuw aan eeuw. Wat nood dan, of donkere wolken samenpakken aan den horizon, wat nood, of de stormen gieren en de opgejaagde golven het ranke scheepje dreigen te verzwelgen: wij weten, wie ons leidt. Wij weten, dat alle dingen en alle daden der menschen moeten samenloopen en medewerken tot de vervulling dier profetische bede: Vader, uw Koninkrijk kome!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings