← Table of contents
Japan

Note 1 — Japan.

Reading edition

Van alle landen der oude wereld is Japan, wanneer men de binnenlanden van Afrika uitzondert, een dergenen, die het langst aan het Westen onbekend zijn gebleven. De eerste tijding van het bestaan van dit land ontving Europa uit den mond van den beroemden venetiaanschen reiziger der 13e eeuw, Marco Paolo. Toch had ook hij Japan niet bezocht, en wat hij wist, wist hij slechts bij geruchte; op zijne langdurige reizen door China had hij ijverig alle berichten bijeengegaard, die hem omtrent dit wonderland werden medegedeeld. Want wel was het een wonderland, dat groote eiland Cipangoe,1 overvloeiende van goud en zilver en edelgesteenten, gezegend met alle schatten der natuur, bewoond door vreedzame en gelukkige menschen, en omringd door vele duizende kleinere eilanden, als zoo vele paradijzen oprijzende uit den schoot der wateren. De levendige schilderingen van den Venetiaan ontvlamden de verbeelding en prikkelden de begeerlijkheid van menigeen, die niets vuriger wenschte, dan dat heerlijke eiland met eigen oogen te aanschouwen. Maar niemand waagde die gevaarvolle reize, tot eindelijk, eene eeuw na den terugkeer van Marco Paolo in zijne vaderstad, een ander Italiaan de stoute poging beproefde, om dwars door den Atlantischen Oceaan het verre Oosten te bereiken. De poging faalde: voor Columbus was grootscher ontdekking weggelegd, dan zelfs zijn stout genie vermoedde. Niet op de kusten van Cipangoe, gelijk hij een oogenblik waande, had hij, na zijne bange reize, den voet gezet, maar op den bodem eener nieuwe wereld, eener wereld, wier wonderen zelfs de stoutste droomen der fantazie overtroffen. En wederom gingen vijftig jaren voorbij; en te midden der dagelijksche verrassingen, die de ontsluiering eener nieuwe wereld in Oost en West aan het verbaasde Europa bereidde, was het beeld van het schoone Cipangoe op den achtergrond geweken. Doch het was nu eenmaal bepaald, dat de schitterende zestiende eeuw, bij al hare gloriën, ook die der ontdekking van Japan voegen zou. In 1542 werd een portugeesch schip, dat naar Macao bestemd was, door storm uit zijn koers gedreven, en wierp eindelijk het anker uit in de haven van Bungo op het japansche eiland Kioe-Sioe. Niet alleen werden de Portugeezen welwillend ontvangen, maar zelfs werd hun toegestaan alle jaren een schip naar Kioe-Sioe te zenden, met lakens, bontwerk, manufacturen en andere voorwerpen geladen, waarvoor goud, zilver en koper in ruil zouden worden gegeven. Alzoo was Japan voor het eerst in betrekking getreden met Europa, en wel met een rijk dat toen de grootste zeemogendheid, ja eene wereldmacht was. De Portugeezen verzuimden niet van de hun geboden gelegenheid tot uitbreiding van hun handel gebruik te maken; maar, waar zij verschenen, kwamen zij niet enkel als kooplieden, doch ook als zendelingen, als strijders voor het Christendom. Voorzeker, zoowel over het gehalte van dit Christendom als over de middelen, die zij aanwendden om het in de nieuw ontdekte landen in te voeren, kan groot verschil van meening bestaan: maar niemand mag den Portugeezen den roem betwisten van nevens en zelfs boven de stoffelijke belangen te hebben geijverd voor de hoogere belangen des geestes; den lof, van met alle krachten te hebben gestreefd naar de vestiging der christelijke kerk, overal waar hun onversaagde ondernemingsgeest hen heenvoerde. Zoo ook in Japan. Reeds in 1549 vertrokken, op aansporing van een jeugdig Japanner, die zijn vaderland was ontvlucht en te Goa het Christendom had aangenomen, eenige zendelingen der Jezuïeten derwaarts. Onder hen bevond zich de beroemde Franciscus Xaverius, de apostel van Indië, die nu in Japan zijn elders zoo vruchtbaar bekeeringswerk kwam voortzetten. Wel was het hem niet gegeven, hier lang te arbeiden: hij vertrok reeds in 1551 naar China en stierf den 2den December van dat jaar te Shan-Shan aan de rivier van Canton, niet ver van Macao:—maar de aangevangen arbeid werd door anderen voortgezet. De uitbreiding van den handel en de prediking van het Christendom hielden gelijken tred, en voortdurend wies de macht en invloed der Portugeezen. Het getal der bekeerlingen steeg met den dag; niet maar de lieden des volks, doch ook edelen en vorsten werden gedoopt en kweekelingen der Jezuïeten. Alom verrezen de Christenkerken; te Miako, de tweede stad des rijks, werd een collegie gesticht; en zelfs zonden de japansche Christenen in 1582 een plechtig gezantschap naar Rome, om den Paus hunne hulde te brengen en van hunne onderwerping te verzekeren. Doch weldra begon de terugwerking. Verschillende oorzaken liepen daartoe samen. Vooreerst was het duidelijk, dat niet alleen de japansche priesters, maar ook de regeering zelve, niet zonder argwaan en wrevel deze snelle uitbreiding van eene vreemde godsdienst, wier belijders een europeeschen opperpriester als hun hoofd erkenden, konden beschouwen: een argwaan en wrevel, nog versterkt zoowel door de aanmatigingen en buitensporigheden der Portugeezen, als door de eischen, in naam der christelijke zedeleer, aan de wellustige grooten van Japan gesteld. Daar kwam bij, dat het werk der zendelingen door hun eigen geloofsgenooten werd verstoord, en alzoo twist en tweedracht onder het volk gezaaid. Het duurde namelijk niet lang of de Dominikanen en Franciskanen uit Goa en Macao begeerden deel te nemen aan den zendingsarbeid der Jezuïeten in Japan. Nu vertoonde zich hetzelfde schouwspel als later in China: Dominikanen en Franciskanen twisten met elkander en beiden twistten met de Jezuïeten. Wat zij dezen verweten was hoofdzakelijk hetzelfde wat hun, van diezelfde zijde, later in China werd voorgeworpen: namelijk, eene ongeoorloofde afwijking van de leer en tucht der kerk, om, door toegeven aan hunne denkbeelden en gewoonten, de inboorlingen te winnen. En inderdaad, te verwonderen is het niet, dat de eigenaardige bekeerings-methode der eerwaarde vaders voor minder plooibare en diplomatieke geesten iets zeer aanstootelijks hebben moest en zeer na aan ketterij en afval grenzen. Hoe het zij, een en ander werkte noodlottig op den voortgang der zending in Japan; en nog eer de zestiende eeuw ten einde spoedde, was er tegen de Christenen eene vervolging losgebroken, die sedert gedurig en telkens heviger werd herhaald.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings