Note 1 — XIX.
Reading edition
Den 22sten Juli was Lumey in de vergadering verschenen en had een commissie overgelegd van den Prins, waarbij hij werd aangesteld als gouverneur van Holland. Hij verklaarde zich bereid die post te aanvaarden en zich naar de daarbij gevoegde instructies te zullen gedragen. Waarschijnlijk was Marnix van beide stukken de overbrenger geweest. Lumey werd daarop door de Staten als de vertegenwoordiger van den Prins, als ’s Konings stadhouder erkend en voerde een korte poos het bewind in het Zuiden van Holland, ook als bevelhebber der aanwezige troepen, gelijk Sonoy in het Noorden.1