Note 2 — Vijfde Hoofdstuk.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
“Geen zilveren penning, geen stuiver, geen duit—zoo waar mij de God Abrahams helpe!” zei de Jood, de handen ineen slaande; “ik ga daar slechts heen om den bijstand van eenigen van mijn volk te zoeken, om de boete te betalen, welke de Schatmeester der Joden2 mij opgelegd heeft.—Vader Jacob sta mij bij!—Ik ben een arme Jood—zelfs de rok, dien ik draag, is geleend van Ruben van Tadcaster.”