← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note Aanteekeningen bij Plaat 9 van de munten (van Constantijn I tot Justinianus) — Inhoud.

Reading edition

Plaat 9.

Van c. 306 tot c. 565

9. Munten: van Constantijn I tot Justinianus c. 306–565.
9. Munten: van Constantijn I tot Justinianus c. 306–565.

9. Munten: van Constantijn I tot Justinianus c. 306–565.

1. Constantijn I. 2. Constantius II. 3. Julianus (Apostata). 4. Jovianus. 5. Valentinianus I. 6. Valens. 7. Gratianus. 8. Valentinianus II. 9. Theodosius de Groote. 10. Honorius en Arcadius. 11. Galla Placidia. 12. Valentinianus III. 13. Theodosius II. 14. Pulcheria. 15. Romulus Augustus (-ulus). Het woord Conob of Comob, dat dikwijls op middeleeuwsche munten voorkomt, beteekent Comitis Obryziacus, d.w.z. de Munt van den Graaf. Deze Graaf, Comes sacrarum largitionum was zoo ongeveer de Minister van Financiën.

16. Voorzijde van een bronzen munt van 22 nummi. Beeltenis van een krijgsman met borstharnas en krijgsmantel, geleund op een speer; misschien Gaiserik zelf. Oudere munten van Gaiserik hebben (zooals dikwijls bij de barbaarsche heerschers het geval is) den beeldenaar van den overleden of nog regeerenden Keizer, b.v. Honorius en Valentinianus (zie no. 22). Geen der munten, die men aan Gaiserik toeschrijft, dragen zijn naam. Hetgeen op sommige koperen munten vroeger werd aangezien voor “Genserik”, leest men nu als “Mense Aug.” (in de maand Augustus). Het woord Karthago en de paardekop, het oude symbool van Carthago, bewijzen dat de munt werd geslagen na de inneming van Carthago in 439. De oudste kroniekschrijvers spellen zijn naam “Gaiserik”, Procopius schrijft “Gizerichus”.

17. Zilver. Keerzijde: Odovacar, zonder baard, doch met knevel; borstharnas en krijgsmantel. Lees: Flod[ov]ac, d. i. Flavius Odovacar; Flavius is de familienaam van Vespasianus, later aangenomen als koninklijke titel door Constantius I en sommige van zijn opvolgers, en ook door de koningen der Longobarden. Voorzijde: zijn monogram met een krans en er onder RV (Ravenna). Hij sloeg eerst munten met zijn eigen naam, nadat hij zijn residentie te Ravenna gevestigd had.

14. Boëthius.
14. Boëthius.

14. Boëthius.

Naar het schilderij van Giovanni Santi.

18. Goud. Voorzijde van een munt van 3 solidi (ongeveer 210 gram) bij Sinigallia in 1894 gevonden. Vóór deze vondst bestond er geen munt met Theoderik’s beeldenaar. Gewoonlijk zetten dergelijke vorsten hun naam of beeltenis niet op gouden munten; dit werd beschouwd als een voorrecht van de Keizers. Het is een bijzonder kostbaar overblijfsel van Romeinsch-Gotische kunst, dat, zooals men nog aan de keerzijde kan zien, door een ouden bezitter als broche is gebruikt. Op deze munt staat: Rex theodericus pius princ[eps] i[nvictus?] s[emper?]. Omgeven door deze woorden, houdt Theoderik een globe in de hand, waarop een Godin der overwinning staat met krans en palmtak. De bezitter van deze munt is de heer F. Gnecchi, Milaan.

19. Brons. Athalarik in wapenrusting, met speer en ovaal schild. Lees: DN (Dominus of Dominus noster) Atalaricus. In de tusschenruimten SC (Senatusconsulto) en X (10 nummi). Waarschijnlijk uitgegeven door Athalarik’s moeder, Amalasuntha. De voorzijde vertoont een mooi borstbeeld van “Rome”—misschien een bevestiging van de mededeeling dat de koningin-moeder de schoone kunsten in Rome aanmoedigde.

20. Brons. Lees: dn. Theodahatus rex. Een keurig gemodeleerde beeltenis. De nauwsluitende kroon is merkwaardig en ook het met juweelen versierde gewaad. Het gezicht stemt overeen met onze voorstelling van zijn karakter en is een type (misschien Vandaalsch), geheel verschillend van Theoderik. Cassiodorus vertelt ons dat Theodahad bevolen had zijn beeldenaar op zijn munten te slaan, “als een herinnering aan onze regeering voor toekomstige eeuwen”. Waarschijnlijk te Rome gemunt, na zijn breuk met Justinianus (535–36).

21. Brons. Beeldenaar van Baduela (of Baduila), d. i. Totila. Lees: ... Duela rex; op de keerzijde: dn. Baduela (of -ila) rex. Geslagen na 549 te Rome (of Pavia?).

22. Zilver. Lees: dn. Theia rex. De voorzijde vertoont den naam en beeldenaar van den Oost-Romeinschen Keizer Anastasius († 518), ofschoon deze munt natuurlijk van 552–53 is. Hetzelfde beeld werd dikwijls nog lang na den dood van een Keizer gebruikt.

23. Brons. Lees: dn. Justinianus ppvag (waarschijnlijk verkeerd voor ppaug d. i. Pius Princeps Augustus). Een van de vele bestaande beeltenissen van Justinianus. Waarschijnlijk uitgegeven door Theodahad of Witigis (Vitiges). Gemunt te Rome c. 536–38. Na 540 (toen Belisarius Ravenna innam) werden er Keizerlijke Byzantijnsche munten van Justinianus geslagen in Italië, doch waarschijnlijk niet eerder dan na Theia’s dood en den val van het Gotische Rijk (c. 553–55).

Italië ten tijde van Odovacar (476–493)
Italië ten tijde van Odovacar (476–493)

Italië ten tijde van Odovacar (476–493)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings