Note 11 — (c. 1200–c. 1320).
Reading edition
Vasari vertelt, dat Nicola (Niccolò) als leerjongen in dienst was bij zekere scultori Greci, aan wie de versiering van den Pisaanschen Dom en het Baptisterium was opgedragen en dat hij zijn bekwaamheid heeft verworven door het bestudeeren van de Grieksche sarcophagen en monumenten, die in of bij deze gebouwen stonden, of in de muren werden gebouwd11; en dat hij in het bijzonder figuren bestudeerde en copieerde van “de jacht van Meleager op het wilde zwijn”, die op een sarcophaag was gebeeldhouwd, “die door de Pisanen geplaatst was in den voorgevel van den Duomo en gebruikt was als tombe van de moeder van Gravin Mathilde”. Er is in den Campo Santo een oude Romeinsche sarcophaag met zulk een relief, maar het vertoont geen inscriptie, zooals die, welke Vasari aanhaalt, en evenmin is er aan den kansel iets te zien, dat aan dit relief herinnert. Een andere sarcophaag (plaat 31) evenwel, die op de eene helft een relief heeft van Phaedra en Hippolytus, en op de andere helft de jacht op het wilde zwijn, draagt een inscriptie, die vermeldt, dat het de graftombe was van Gravin Beatrice, de moeder van Mathilde; en het vertoont figuren, waardoor Niccolò zonder twijfel geïnspireerd is. Er bestaat ook een groote en prachtige Grieksche vaas van Parisch marmer met een Bacchus-optocht, die zeer zeker in verschillende opzichten invloed op hem heeft uitgeoefend, vooral wat betreft zijn Hoogepriester. Maar het wondere relief van Niccolò bevat geen rechtstreeksche navolging. Desalniettemin zal iedereen, die de onbeschrijfelijke bevalligheid en waardigheid van de antieke sculptuur voelt, dadelijk denzelfden geest herkennen, misschien niet wat betreft de artistieke compositie, hetgeen zulk een merkwaardige karaktertrek van het beste oude relief is, maar wel ten opzichte van de schoonheid, de waarheid, de krachtige vormen en de edele uitdrukking. Door een zekere wonderlijke, vernieuwende kracht worden de goddelijke, engelachtige en heilige personae van de Christelijke hiërarchie aan ons voorgesteld als waarachtige Grieksche godheden, helden en heldinnen, en niet, zooals wij soms op oude mozaïeken zien, in een vermomming van klassieke wapenrusting of opschik. De Madonna, die blijkbaar onder den invloed van de Phaedra op de sarcophaag is gebeeldhouwd, heeft het koninklijke gelaat en de houding van Juno. Gabriel gelijkt op een herboren Mercurius en de Magiërs herinneren ons aan Minos of den ouden koning Priamus. Zelfs de paarden van de Magiërs doen aan Phidias denken.