← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 8 — (c. 1200–c. 1320).

Reading edition

Laten wij in de eerste plaats vaststellen, dat het grondbeginsel van de Grieksche en Romeinsche bouwkunst, zooals dat tot uiting komt in de colonnade en de architraaf (en ook in den stevigen koepel van het Pantheon), berust op verticalen druk—een dood gewicht op een verticalen steun—terwijl het beginsel, dat aan de Gotische bouworden ten grondslag ligt, het evenwicht is8. Door middel van dit beginsel van evenwicht konden geweldige massa’s opgeheven en in de hoogte worden gehouden en, zooals wij dat kunnen zien in onze kathedralen in het noorden, werden, om den druk van dergelijke massa’s te weerstaan, de muren, die gewoonlijk niet zeer dik waren en bovendien verzwakt werden door buitengewoon groote ramen, door zware uitwendige beeren en luchtbogen gesteund. In het noorden werden van al deze constructieve hulpmiddelen, zoowel uitwendig als inwendig, versieringen gemaakt, door middel van pinakels, traceerwerk, menschen- en dierenkoppen, die als waterspuwers dienst deden, waardoor de schoonheid van den zuiveren vorm werd verminderd en tegelijkertijd de echt artistieke decoratie, zooals de mozaïeken en de fresco’s, bijna onmogelijk werd gemaakt, terwijl de Italianen, ofschoon zij den spitsboog (of gebroken boog) aanvaardden en daaruit de prachtigste verhoudingen en vormen afleidden (zooals het inwendige van de S. Croce en de door Giotto ontworpen Campanile, welke beide voorbeelden zijn van ongeëvenaarde schoonheid van vorm), niet toelieten, dat de constructieve uitvindingen het gebied van de decoratieve kunst overweldigden. Zij hielden de schoonheid in de bouworde en de schoonheid in de versieringen gescheiden. Zoo bestaat de roem van Giotto’s campanile aan den eenen kant in zijn prachtigen bouwstijl (zoo slank als een lelie) en aan den anderen kant in zijn rijke marmerversiering, beeldhouwwerk en fijn gietwerk. En eveneens zijn de volmaakte verhoudingen van het kale en “op een schuur gelijkende” inwendige van de S. Croce, verlicht door het vroege morgenlicht, ondanks alle ontsierende monumenten, zoo heerlijk, dat zij (zooals Dante zegt van Casella’s muziek) al de verlangens van een ziel tot rust brengen; maar dat is nog niet alles, wat de S. Croce ons aanbiedt: wanneer men de Bardi- of de Peruzzikapel binnentreedt, bevindt men zich tegenover breede muren, bedekt met de fresco’s van Giotto, waarvoor geen Gotische kathedraal in het noorden gemakkelijk de geschikte oppervlakte zou kunnen geven9. Denk aan de fresco’s van Giotto, te Florence of te Assisi, en tracht u die voor te stellen in de St. Bavo te Haarlem!10.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings