Note 4 — (c. 1200–c. 1320).
Reading edition
Een bijzonderheid van het zoogenaamde Romeinsche Cosmati-werk (ofschoon men het ook in Sicilië en elders heeft gevonden) is een kunstig, decoratief mozaïek, dat bestaat uit kleine, platte en ook kubus-vormige blokjes4 van gekleurden steen (porfier, verde antico, pavonazzetto en ander kostbaar marmer, dat men tusschen de ruïnen van het oude Rome in overvloed vindt) en versierd is met stukjes verguld en helder gekleurd glas. Dit inlegwerk gebruikten zij voor de versiering van altaren, baldakijnen, kansels en zuilen, en in het bijzonder voor de spiraal-zuilen, die gebruikt werden als standaards voor de groote Paasch-kaarsen (zie plaat 58). Maar van alle zoogenaamde Cosmati-werken zijn het meest treffend en belangrijkst de talrijke monumenten van de jongere Cosmati, waarbij deze versiering is aangewend in vereeniging met hetgeen overigens in Rome toen blijkbaar bijna onbekend was, namelijk de Gotische architectuur. De bovenbouw van deze graftomben zijn zoo zuiver Gotisch van stijl, dat sommige schrijvers zelfs de meening hebben geuit, dat misschien de jongere Cosmati Frankrijk of Engeland hebben bezocht en daar Gotische monumenten gecopieerd en het Gotische lijst-werk hebben gecombineerd met Romeinsch mozaïek en het eigenaardige inlegwerk. Deze vereeniging voldoet buitengewoon goed. Er is te Rome niets schooners dan deze Cosmati-monumenten, zooals de graftombe van Kardinaal Gonsalvo (1299) in de S. Maria Maggiore, en die van Durand (plaat 59) in de S. Maria sopra Minerva5, en die van Kardinaal Matteo d’Aquasparta6 in de Aracoeli, welke alle drie waarschijnlijk werken zijn van Giovanni de’ Cosmati (Johannes Cosmas), den kleinzoon van den eersten dezer kunstenaars.