Note 3 — 476–568.
Reading edition
De opmerking is reeds gemaakt, dat in oude Germaansche sagen de beroemde Oost-Gotische koning verward is met den West-Gotischen Theoderik, die in den grooten slag op de Catalaunische vlakte gevallen is, strijdende aan de zijde van Aëtius en de Romeinen tegen Attila—een feit, dat drie jaar voor de geboorte van Theoderik den Groote plaats vond (451). In deze oude Germaansche mythen wordt Theoderik Dietrich van Bern (Verona) genoemd en zijn voornaamste hoofdman is Hildebrand. In het Hildebrandslied, een van de oudste sagen, valt Theoderik in Italië Odovacar aan, maar wordt overwonnen en vlucht met Hildebrand naar het hof van Attila, met wiens hulp hij Odovacar eindelijk verslaat in een geweldigen slag, de “Rabenschlacht,” of den slag voor Ravenna. Hier hebben wij groote verwarringen van tijd en plaats. En in het oude Germaansche heldendicht, het Nibelungenlied, dat in levendigheid van voorstelling en eenvoudige wijze van uitdrukking kan vergeleken worden met Homerus, heerscht nog grooter verwarring, want Dietrich treedt daarin niet alleen met Etzel (Attila) op, maar ook met Siegfried, den drakendooder van de Skandinavische Edda-mythen, een “bovenmenschelijken” held uit duistere, voor-historische tijden3. In de sagen van Siegfried en Dietrich heeft de dichter van het Nibelungenlied gevoegd de verschrikkelijke slachting der Bourgondiërs door de Romeinen onder Aëtius en de Hunnen onder Attila, die in 437 plaats vond. Gunther, de Koning der Nibelungen—zooals de Bourgondiërs werden genoemd, nadat zij den beroemden schat van de Nibelungen hadden bemachtigd,—is blijkbaar de Bourgondische Koning Gundocar, die bij dit bloedbad omkwam; maar het tooneel van de gebeurtenis is van Bourgondië in Gallië overgebracht naar Etzelnburg, de legerplaats en het paleis van Attila aan den Donau.