Note 18 — 476–568.
Reading edition
Woedend over hun nederlaag en den dood van hun Koning, slachtten de Goten in het zuiden 500 jongelingen, die Totila als gijzelaars, en vele van de senatoren, die hij als krijgsgevangenen had meegenomen. Na dien tijd bestond de Romeinsche senaat niet meer. Ondertusschen werd in het noorden een nieuw Gotisch leger verzameld. Theia, een dapper bevelhebber van Totila, had Verona tot zijn hoofdkwartier gemaakt en hield nog Pavia en andere belangrijke punten bezet; hij werd te Pavia tot Koning gekozen. Voordat hij trachtte zuidwaarts te trekken, vond hij het noodig zich de onzijdigheid van de Franken te verzekeren, die zich vasten voet hadden verschaft in de streek van de meren en zelfs in gedeelten van Venetia. Toen dit geregeld was, trok Theia de Apennijnen over. Zijn doel was zich te vereenigen met zijn broeder Aligern, die zich geducht had versterkt in Cumae—die stad bij het meer Avernus, de woonplaats van de Sibylle, misschien meer dan 1000 jaar v. Chr. gesticht door de Grieken, van wier wallen men nu nog overblijfselen kan zien. De Gotische Koning ontweek handig de keizerlijke strijdkrachten en bereikte de golf van Napels, waar hij zijn legerplaats opsloeg, niet ver van Pompeji, bij den mond van den Draco (Sarno). Gedurende twee maanden lagen de legers van Theia en Narses, door de diepe rivier gescheiden, tegenover elkaar en waagden het geen van beiden over te steken om aan te vallen. Maar de aanvoerder van de Gotische vloot, verschrikt door de nadering van vijandelijke schepen, gaf zich aan de Byzantijnen over, en Theia, die nu geen levensmiddelen meer kon ontvangen, was gedwongen zich terug te trekken naar de hellingen van den Vesuvius. Door den honger geteisterd besloot hij af te dalen en alles in een ontmoeting te wagen. De Goten lieten hun paarden achter en naderden in dichte slagorde, Theia vooraan. “Toen de Romeinen dit zagen,” zegt Procopius18, “begrepen zij, dat het gemakkelijk zou zijn hun slaglinie te verbreken, indien Theia terug gedreven werd; zij, die moed genoeg hadden—en dat waren er velen—vereenigden zich om hem aan te vallen, deels met werpspiesen, deels van dichtbij. Maar hij beschermde zich met zijn schild en ving de speren op; vervolgens, plotseling naar voren springend, versloeg hij menig vijand. En wanneer hij zag, dat zijn schild vol werpspiesen was, gaf hij het aan zijn schilddrager en nam een ander; zoo streed hij een derde deel van den dag, totdat hij eindelijk, toen er weder twaalf speren in zijn schild staken, het niet gemakkelijk kon oplichten en zijn aanvallers niet kon afslaan; hij plantte het stevig voor zich, deelde met zijn rechter doodelijke slagen uit, pareerde met de linkerhand en riep luide om den schilddrager. Toen de man hem een ander schild bracht, verwisselde hij snel; maar een oogenblik gaf hij zijn zijde bloot; hij werd getroffen door een werpspies en onmiddellijk gedood. De Romeinen staken zijn hoofd op een piek en droegen het rond, ten aanschouwe van beide legers”.19