← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 17 — 476–568.

Reading edition

Narses was reeds 73 jaar oud, maar bezat, naar het schijnt nog zijn oude geestkracht en zelfvertrouwen. Zijn groote rijkdom en overredingskracht stelde hem in staat een geweldig leger te verzamelen, dat bestond uit Avaren, Gepiden, Herulen, Perzen en andere barbaren, waaronder 2500 wilden, die hij, omdat zij zoo woest en onhandelbaar bleken, een weinig later moest omkoopen om weer naar het noorden terug te gaan. Dit waren de Longobarden of Lombarden, waarover wij later veel zullen hooren. Zij werden aangevoerd door hun hoofdman Audoin, den vader van den beroemden Alboin. Narses werd gesteund door een vloot; hij trok de monden van de rivieren door middel van schipbruggen over en kwam aldus bij Ravenna. Toen marcheerde hij zuidwaarts om de Furlo-pas met zijn tunnel (p. 127 n.), die door den vijand sterk bezet was, te vermijden, daarna dicht langs de kust en over den Apennijnen bij Sentinum en de “graven van de Galliërs” (die gevallen waren in den grooten slag tegen de Romeinen, acht en een halve eeuw geleden); vervolgens wachtte hij in de vlakte van Tadino of Tagina de aankomst van Totila uit Rome af en leverde slag op den dag, die hem door de Heilige Maagd (onder wier heilige bescherming hij geloofde te staan) was geopenbaard17. De Goten werden verslagen, en Totila getroffen door een speer werd door zijn mannen naar een hut gedragen, eenige kilometers van het slagveld verwijderd, en stierf daar. Deze overwinning had ten gevolge, dat vele steden zich overgaven en dat Rome, waar slechts een kleine Gotische bezetting lag, die een tijdlang heldhaftig de Moles Hadriani verdedigde, genomen werd. Toen werden wederom de sleutels van de oude hoofdstad van het Romeinsche Keizerrijk naar Constantinopel gezonden; gedurende Justinianus’ regeering werd Rome, zooals Procopius ons vertelt, vijf maal genomen en hernomen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings