Note 12 — 476–568.
Reading edition
Toen Belisarius aankwam, bemerkte hij, dat hij niet meer in de gunst stond aan het hof te Constantinopel. Een triumf werd hem niet toegestaan. Hij werd gezonden naar het verre Oosten, waar de onbedwingbare Perzische koning, Chosroes, het keizerlijk gebied was binnen gedrongen en Antiochië had genomen en geplunderd. Daarna, beschuldigd van verraad, werd hij teruggeroepen en geraakte nog meer in ongenade. Zijn vrouw, Antonina, had hem door haar gedrag te schande gemaakt en was een vertrouwde geworden van Keizerin Theodora, wier vroegere schanddaden langzamerhand vergeten werden door de vroomheid van haar latere jaren. De sympathie, die Theodora eerst voor Belisarius had gevoeld, was overgegaan op zijn ontrouwe gemalin en toen hij trachtte haar gevangen te zetten, werd zij bevrijd door den invloed van de Keizerin, die elke gelegenheid aangreep om hem te vernederen.12