← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 10 — 476–568.

Reading edition

De strijdkrachten, die Belisarius uit Afrika had overgebracht bedroegen slechts 7500 man, volgens Procopius, die, zooals vroeger Polybius had gedaan, den overwinnaar van Carthago op zijn veldtochten vergezelde. De geestdrift van de Italianen schijnt het getal zijner troepen weinig vermeerderd te hebben en hij was niet in staat de Goten te achtervolgen. Daarom wachtte hij, totdat er hulp zou komen uit Constantinopel. Het grootste deel van deze versterkingen landde in den herfst van 538, waarschijnlijk bij Ancona, Fano of Pesaro, een weinig ten Zuiden van Rimini, dat door de keizerlijke troepen onder Johannes was bezet. Ondertusschen had Belisarius 2000 man den Flaminischen weg opgestuurd, die den beroemden tunnel10 door den Oost-rug van de Apennijnen hadden geforceerd, waarbij zij de Goten, die den pas bezet hielden, hadden verslagen; zij bereikten Rimini, en weldra volgde hijzelf en vereenigde zich met de nieuwe troepen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings