Note 6 — 476–568.
Reading edition
En evenmin aarzelde Theoderik—ofschoon hij met onverstoorbaren ernst de meest onderdanige brieven6 aan Anastasius schreef—een inval te doen in het gebied, dat den Keizer toebehoorde, want hij nam niet alleen Sirmium aan den Donau, maar drong zelfs Illyricum binnen. Hierop zond Anastasius, hevig vertoornd, in 508 een vloot van 200 schepen uit om Tarente aan te vallen en de kusten van Zuid-Italië te verwoesten—een dwaze représsaille die niets uitwerkte, dan (zooals een schrijver uit dien tijd, Marcellino Conte, zegt) een “schandelijke overwinning van Romeinen over Romeinen”, daar toch de bewoners van Apulië en Calabrië geenszins verantwoordelijk waren voor de daden van Theoderik. Ook naar het Westen was het gebied van Theoderik aanmerkelijk uitgebreid. Waarschijnlijk uit vrees, dat Anastasius anderen tegen hem zou opzetten, zooals hij tegen Odovacar opgezet was, sloot hij verbonden met de drie machtigste barbaarsche volkeren; hij gaf zijn zuster Amalafrida aan Thrasamund, den Koning der Vandalen7, zijn dochter Theudegotha aan Alarik II, Koning der West-Goten, en een andere dochter, Ostrogotha, aan Sigismund, den zoon van den Bourgondischen Koning. Bovendien was hijzelf, blijkbaar omstreeks 497, met Audefleda, de dochter van den machtigen en strijdlustigen Koning der Franken, Chlodovech (Chlodwig, Ludwig, Clovis) in het huwelijk getreden.