Note 2 — 476–568.
Reading edition
In 480 werd Nepos, die nog steeds erkend werd door het Oostelijke Keizerrijk, door zijn comites palatii (ambtenaren van het paleis) te Salona gedood. Odovacar werd aldus bevrijd van den eenigen mededinger, die aanspraak maakte op den troon van Italië. Hij had te Ravenna, dat nog steeds een prachtige haven bezat, een sterke vloot verzameld, om tegen de zeeroovers der Vandalen op te treden en om Sicilië te veroveren. Na den dood van Nepos stak hij de Adriatische zee over en annexeerde Dalmatië. Dit was natuurlijk een daad van openlijke vijandschap tegen Zeno en een schending van de integriteit van het Oost-Romeinsche Rijk; maar Zeno was niet in staat het te vergelden, daar hij werd bezig gehouden door gevaarlijke godsdienstige woelingen, die in het oosten, dat broeinest van sophistische leerstellingen, waren ontstaan; de patriarch van Alexandria was door fanatieken gedood. Deze conflicten in Constantinopel hadden een ernstig karakter aangenomen door Zeno’s welgemeende poging om de verbitterde tegenstanders te verzoenen—de Monophysieten (die verzekerden dat de menschelijke en goddelijke natuur van Christus in één vereenigd waren) en de zgn. orthodoxe partij. Gesteund door den patriarch Acacius had hij een brief uitgegeven, die bekend is onder den naam Henotikon (d.i. een poging tot verzoening), maar deze werd, zooals het met dergelijke pogingen meestal gaat, ontvangen met den heftigsten tegenstand, vooral van den kant van den Paus en de Katholieken te Rome, en een tijdlang verergerde dit slechts den ellendigen twist, totdat de zgn. orthodoxe partij de overwinning behaalde.2