Note 1 — 476–568.
Reading edition
Zeno antwoordde, dat zijn voorgangers, Leo I en de Keizerin Verina, twee Keizers voor de Romeinen hadden gekozen; den eene, Athemius hadden zij gedood, den andere, Nepos, verbannen; maar Nepos leefde nog en bestuurde zijn provincie Dalmatië. Derhalve moesten zij zich tot hem wenden met hun verzoek. Zeno schreef persoonlijk aan Odovacar en noemde hem “Patricius”.1