Note 10 — Friesche Kronyk.
Reading edition
In den jaare 29, als de Westfriesen, door de gierigheid der Romeinsche Overste Holle10, byna uitgeput waren, alzo hy van hun afeischte grooter ossenhuiden tot schattinge, als zy konden leveren, zo zyn zy tegen hem opgestaan, en hebben zyne aangestelde Tolmeester opgehangen, en het slot op het Flie, daar hy gevlugt was, sterk belegert. Maar, door den Romeinschen Overste der Duitschers Apronius opgeslagen zynde11, hebben nochtans groote overwinninge tegens de Romeinen gehad: dewelke by de 900 mannen verlooren omtrent het woud Baduhenne; behalven noch 400 soldaaten, die uit vreeze voor de Friesen malkander doodsloegen. Waar door Diokarus ook den toenaam van Seegen schynt bekomen te hebben.