Note 52 — Friesche Kronyk.
Reading edition
In den jaare 1143 hebben te Groningen eenige oproerige burgers, in afwezen van hunnen Bisschop, die naar Romen was, St. Walburgs kerk met vestingwerken versterkt; om daar door den Burggraaf tot eenige voor lang verzogte zaaken te dwingen. Maar Egbert, Heere van het slot Groenenberg, vermaande hen, van hun opzet te willen veranderen, doch te vergeefs: waar op hy aanstonds met zyn volk het slot belegerde, en zeer dapper aantaste; maar door deszelfs vastigheid niet kunnende vorderen, heeft hy zich te vreden moeten houden met de sterkte zeer naauw te besluiten; tot dat eindelyk de Bisschop, wederom gekomen zynde, hen met een troup soldaaten en krygstuig zodanig aantastede, dat zy zich by verdrag moesten overgeeven. Doe deed de Bisschop hen zweeren, van nooit meer tegen de Utrechtsche Stoel te zullen opstaan. Dus bestierde hy dit alles ten voordeele zyner broederen geevende aan den eenen, Leffert genaamt, het Burggraafschap van Groningen, en aan den anderen, Ludolf geheeten, het Kasteleinschap van Koeverden: waar uit naderhand groote onheilen zyn ontstaan52.