← Table of contents
It aade Friesche Terp; of, Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen

Note 3 — Friesche Kronyk.

Reading edition

Als die roemruchtige en groote Alexander, die in het bloeyenste van zyn jeugd het meerendeel van Asia overweldigde, kreeg hy toeloop van veele volkeren, die hy of overwonnen hadde, of in die gewesten huis hielden; om zyne gelukkige wapenen tot zo veele spoedige overwinningen te helpen bevorderen. Onder deze vrywillige krygers waren zommige van de voornaamsten uit Persien, en hunne onderhoorige Saxen (Sacæ) de minsten niet. Dewelke, na dat Alexander overleden was, en die voorige verheerde3 volkeren, door zijner Nazaaten oneenigheid, de handen ruim kregen, vreesden dat het hun t’eeniger tyd mogte gewrooken worden: zy maaken derhalve een besluit, om met malkanderen, naar de wyze van dien tyd, een veiliger land tot hun wooninge op te zoeken. Hunne Geleiders waren Frieso en Saxo, om hunne gezelligheid gebroeders gezegt, en eigentlyk zo genaamt, of naar den volksnaam van hunne landslieden zo bekent: welker eerste Persiaanen, en de andere hun gebuuren, uit de woestyn, die nu Belor heet, gemeenlyk Indiaanen genoemt zyn; om datze van ouds, allen die naar ’t Oosten woonden, den naam van Indiaanen gaven. Des zij tot hunnen sleep4 een vloot van 300 zeilen toetakelden, en staken ’er mede af van het land van Cilicien, in Notalia of kleen Asia, gelegen in de Zwarte Zee. Van waar zy, wonderlyk omkruissende, door verscheidene woeste zeën heen slingerden, tot dat zy eindelyk, na veele ondervindingen en verlies van de meeste schepen, met slechts 54 stuks in de Oostzee zyn vervallen; en waar van 12 op het eiland Rugen, en 18 in Pruissen zijn aangeland: de overige 24 den Fliestroom (welke de Roomsche Schryvers den derden Mond des Rhyns noemen) inzeilende, hebben dit gewest, dat nu van hunnen naam Friesland genaamt word, aangedaan, landende ten west Staveren op de Kreil, daar nu de volle zee voor Enkhuizen is: alwaar zy, geen menschen vindende, en na zo een kommerlyk omzwerven, het eerste stand greepen, en die plaatze den naam gaven van Staden. Daar Frieso ook een Vryhuis voor de vlugtelingen bouwde, zelve een weinig oostelyker optrok, en een stad bouwde, die naderhand Staveren genaamt wierd. Doch als in het volgende jaar de zomer hoogde,5 kwamen de Swaaven, die hier ’s zomers huis hielden en ’s winters landwaards in weeken, om de overwateringen van de zwaare stormen: want het land was doe noch met geen dyken omheinigt. Deze, om datze ruuwe en onervaarene krygslieden waren, zyn ligtelyk van de Friesen op de vlugt gedreven, die hun zetel hier nu door goede beschansingen gevestigt hadden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings